Rijk geïllustreerd medisch-historisch werk gedoneerd aan bibliotheek

Laignel-LavastineLaignel-Lavastine Dankzij een gift van Els Boumans-Fransen is de bibliotheek het fraai geïllustreerde werk rijk van Maxime Laignel-Lavastine: Histoire générale de la médecine, de la pharmacie, de l'art dentaire et de l'art vétérinaire. Het werk bestaat uit drie kloeke delen en telt in totaal 2170 pagina’s. Laignel-Lavastine (1875-1953) redigeerde deze omvattende geschiedenis samen met zijn secretaris Bertrand Guégan (1892-1943). Tientallen auteurs droegen aan dit ambitieuze project bij, dat in de loop van 1936, 1938 en 1949 werd gepubliceerd door Albin Michel in Parijs. Op het gebied van medische geschiedenis – inclusief farmacie, kunst, tandheelkunde en diergeneeskunde – gold het lang als een standaardwerk.

Boeken Laignel-LavastineBoeken Laignel-Lavastine Laignel-Lavastine was psychiater en promoveerde op een studie over de plexis solaris en de sympathicus. Later publiceerde hij over syfilis, liefde voor de dood en zenuwaandoeningen. Zijn interesse ging uiteindelijk het meest uit naar medische geschiedenis. Laignel-Lavastine was vanaf 1920 de stuwende kracht achter de Société internationale d’Histoire de la Médicine, een genootschap dat jaarlijks internationale congressen bijeenriep. In 1931 werd hij hoogleraar medische geschiedenis in Parijs. Hij voelde zich verwant aan de vooral in Frankrijk sterk aanwezige neo-hippocratische beweging, die naar een holistische benadering zocht en de opkomende medische specialismen kritisch bekeek. Als neo-hippocraat stond Laignel-Lavastine niet per definitie negatief tegenover homeopathie. Hij richtte het tijdschrift Hippocrate op, dat zich wijdde aan het ‘medisch humanisme’.

Vanuit de holistische visie van Laignel-Lavastine op het leven  hoeft de aanpak in het driedelige werk Histoire générale de la médecine, de la pharmacie, de l'art dentaire et de l'art vétérinaire niet te verbazen. In het voorwoord verklaarde hij dat hij onder algemene geneeskunde alle disciplines met betrekking tot gezondheid en ziekte van zowel mensen als dieren verstond. Hij ging zelfs nog verder door te stellen dat de geschiedenis van de geneeskunde uiteindelijk om de geschiedenis van de beschaving ging. Medische geschiedenis liet, aldus Laignel-Lavastine, zien hoe het ‘medisch humanisme’ dwarsverbanden had met het literaire, wetenschappelijke en religieuze humanisme.

Cartoon uit Histoire générale de la médecineDe idealistische Laignel-Lavastine hoopte dat een synthese van al deze tendensen ‘à la naissance d’ un nouvel humanisme’ zou leiden. Met dit werk wilde hij een breed lezerspubliek bereiken. Optimistisch schreef hij: ‘Je me vois donc autorisé à dire que l’histoire, c’est l’intelligence de la vie’. Kennis van geschiedenis leidde namelijk tot relativisme en meer kritische zin ten aanzien van ‘de wetenschap’. Met deze indrukwekkende, loodzware boekwerken wilde Laignel-Lavastine de lezers tonen hoe medische geschiedenis deel uitmaakte van een meer algemene beschavingsgeschiedenis. Door geneeskunde als een cultuurverschijnsel op te vatten, komt  Laignel-Lavastine, verrassend modern over.

Deel één verhaalt over de geschiedenis van de geneeskunde vanaf de prehistorie tot aan ‘la décadence de la médecine latine’. Deel twee bestrijkt de middeleeuwse geschiedenis van de geneeskunde tot ongeveer 1800. En deel drie is gewijd aan de geschiedenis van de geneeskunde ‘selon toutes ses autres modalités’, dus aan van alles en nog wat. De toekomst was, zo is in het laatste hoofdstuk te lezen, aan de sociale geneeskunde. Interventies om de levensomstandigheden van de mens te verbeteren, waren noodzakelijk.

 

Door Annemieke Klijn