Personen

Jacobus Marinus Greep (1929 -2004)

Door Annemieke Klijn

Co Greep groeide op in een Nederlands Hervormd middenstandsgezin in Rijswijk. Het lag in de bedoeling dat hij in de voetsporen van zijn vader, een aannemer, zou treden, maar Co besloot anders: na een blindedarmoperatie had hij zich, acht jaar jong, voorgenomen chirurg te worden. Sinds die ‘bijna-dood-ervaring’ beschouwde hij ‘de dood als een te bestrijden iets’, zo vertelde Greep in 1993 in het radioprogramma ‘Een leven lang’ op radio 5. Hij studeerde geneeskunde in Leiden en in Rotterdam. In 1958 promoveerde hij in Utrecht op: Antithrombine en aandoeningen van het pancreas. Greep in 1981Greep in 1981 Nadat hij een jaar aan het Massachusetts General Hospital te Boston verbonden was geweest, ging hij als chirurg bij het St. Lucasziekenhuis in Rotterdam werken. Vanaf eind 1972 raakte Greep betrokken bij de oprichting van de achtste medische faculteit, en later bij de bouw van het academisch ziekenhuis Maastricht. Hij behoorde tot de eerste acht kernstafleden, de hoogleraren in spe, die de faculteit van de grond moesten tillen. Naast Greep waren dit: de internist Harry Hulsmans, de sociaal-psychiater Marius Romme, de huisarts Wim Brouwer, de chirurg Jos Lemmens, de biochemicus Coen Hemker en de patholoog-anatoom Roelof Willighagen plus de voorzitter van de kernstaf Harmen Tiddens, onderwijsvernieuwer en van oorsprong kinderarts.

Als founding father beschikte de flamboyante Greep over de juiste kwaliteiten. Hij had een groot ego en werd – soms wel, soms niet liefkozend – ‘de tank’ of ‘de bulldozer’ genoemd. Enthousiast werkte hij mee aan de vervroegde start van de medische faculteit in 1974 om Den Haag met een point of no return te confronteren. Greep ontpopte zich al snel tot een geduchte tegenstander van Tiddens, die zich tegen de bouw van een nieuw academisch ziekenhuis keerde en naar nauwe samenwerking met de bestaande regionale gezondheidszorg streefde. Voor Greep, sinds 1978 decaan van de faculteit, stond de bouw van een nieuw academisch ziekenhuis juist voorop. Maastricht moest volgens hem zelfs ‘het beste topziekenhuis’ van Nederland hebben, wilde ‘de achtste’ serieus genomen worden door de andere medische faculteiten. Na het vertrek van Tiddens begin 1979 raakten de stemmen contra een nieuw academisch ziekenhuis verstomd. De pragmatische Greep volgde een tweesporenbeleid: hij richtte zich op de bouw van een academisch ziekenhuis én op versterking van de eerste lijn.

Greep in 1996Greep in 1996

Tijdens de pioniersjaren voelde Greep zich als een vis in het water. Hij was ‘exact the right man, on the right time on the right place’ en ‘denderde’ door het ziekenhuis. De academisering van zijn eigen afdeling Heelkunde ging soepel, maar bij andere afdelingen, zoals die van interne geneeskunde, anesthesiologie en cardiologie, verliep de academisering  moeizaam. In de zomer van 1985 kwam een einde aan Greeps decanaat. De epidemioloog Ferd Sturmans nam het stokje over. Vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de universiteit ontving Greep in 1986 de dr. J.G.H. Tanspenning, vernoemd naar de eerste bestuursvoorzitter Sjeng Tans. Ook werd Greep in een groot schilderij vereeuwigd, dat een plaats kreeg in de naar hem genoemde ‘Greep zaal’. In zijn afscheidsrede Maastricht, medisch onderwijscentrum van de universe? Kennis- en vaardighedentraining in internationaal perspectief op 11 september 1992 sprak Greep over het Network of Community-Oriented Educational Institutions for Health Sciences, tegenwoordig het Network Towards Unity for Health, kortweg het Network. Greep was de eerste secretaris-generaal en bouwde het Network op van 19 tot 150 leden. Het Network is inmiddels een wereldwijde, non-gouvernementele organisatie, die zich inzet voor ‘community-based education’: geneeskunde met een sterke oriëntatie op de eerste lijn.